Commedia dell’arte



Commedia dell’arte is een vorm van volkstheater, die zich in de zestiende eeuw in Italië ontwikkelde. Het is zonder twijfel de bron voor veel hedendaagse humor.


Het culturele leven in het door Spanje bezette Italië van rond 1530 werd bepaald door vorsten, geestelijken en geleerden. Die hadden enkel interesse voor literair theater en voor stukken en thema’s uit de oudheid. Tegen die achtergrond ontstaat vanuit het gewone volk de commedia dell’arte. Het is aanvankelijk een soort geïmproviseerd protesttheater, gericht tegen de Spaanse overheersers en tegen maatschappelijke instituties en wantoestanden van die tijd.


De commedia ontwikkelt in die tijd ook het begrip humor. Ze zoekt naar vormen en middelen om het publiek aan het lachen te krijgen. Door gebruik te maken  van vaste personages, maskers, acrobatiek ontstaat er een eigen stijl van spelen  die heftig is en gepaard gaat met de nodige kabaal. Het is straattheater en gaat over natuurlijke, eeuwige, menselijke emoties als seks, agressie, liefde, dood en jaloezie. En altijd schuilen er de knellende machtsverhoudingen in: die tussen knecht en meester, die tussen vader en kind.


Het spel wordt gespeeld door vaste typen met een masker, om optimale herkenbaarheid voor het gewone volk te bewerkstelligen. Dat resulteert in de lelijke oude maar rijke geilaard, de knappe en slimme maar arme knechten, de blaaskaak, het uitdagende dienstmeisje en ga zo maar door.


Groepen die dit soort theater speelden vormden al spoedig beroepsgezelschappen die aanvankelijk in Italië en later in de rest van Europa rondtrokken.


Dat professionele karakter kwam tot uitdrukking in de toevoeging ‘dell’arte’. De Italiaanse culturele elite had niet veel op met de commedia dell’arte. Men vond het ordinair gedoe, en het was bovendien minderwaardig om met toneelspel het brood te verdienen. Maar het grote publiek was er dol op. De oorspronkelijke vorm van de commedia dell’arte raakt lelijk in verval in de zeventiende en achttiende eeuw. De argwaan van de machtshebbers, de onderlinge concurrentie en de noodzaak om met toneelspel toch de dagelijkse kost te verdienen, dat alles haalde na verloop van tijd de scherpe kantjes er van af. De betere groepen kwamen zelfs in dienst van de vorsten die de vereiste speelvergunning moesten afgeven. Die vorsten gebruikten commedia - groepen om de onderdanen te amuseren, en ze aldus in toom te houden.


Die tegenwerking en het bijbehorende verval waren de reden waarom veel groepen naar Frankrijk uitweken. In Frankrijk ontwikkelen nieuwe types zoals de melancholieke Pierot, een nazaat van Arlechinno. Als het genre zich later in andere landen verspreidt, ontstaan daar varianten als Harlequino in Engeland of de Harlekijn in Nederland.

De Pendorfiguur


(placeholder)